Historie Keutelbeek


In het verre verleden liep de Keutelbeek, een zijbeek van de Geleenbeek, als open beek door de kern van Beek. Van origine was de Keutelbeek een stroom met zuiver bronwater. Tot 1850 werd het dan ook als drinkwater gebruikt. Echter, toen begin 19de eeuw de leerlooierijen gebruik gingen maken van de beek en het water ook door boeren werd verontreinigd met mest, ging de kwaliteit van het water snel achteruit.

Vandaar dat omstreeks 1935 dan ook werd besloten om de beek, inmiddels een soort van open riool geworden, te overkluizen. Dat wil zeggen dat de beek door een gesloten leiding wordt geleid. Riolering en overkluizing zijn vervolgens geleidelijk aan met elkaar verweven, met als gevolg dat de overkluizing nu nog deels onderdeel uitmaakt van het gemeentelijk rioolstelsel.

De Keutelbeek ontstaat door een aantal natuurlijke bronnen in de
hellingen van het Kelmonderbos en loopt via een rijke schakering
van landschappen richting de bebouwde kom van Beek. Vanaf de
start van de bebouwde kom is de realisatie van de eerste fase van
de ontkluizing van de Keutelbeek inmiddels gereed (uitgevoerd in
2014). De open beek loopt nu door de Gundelfingenstraat en Achter
de Beek maar verdwijnt aan het einde van de eerste fase, vanaf de
kruising Achter de Beek – Luciastraat weer in het rioolstelsel.
Schoon bronwater wordt hier onnodig vermengd met vuil water, aan
de ecologische functie van de beek komt hier abrupt een einde, de
ontwikkeling van een aantrekkelijk (stedelijk) landschap wordt hier
een halt toegeroepen. De gemeente Beek en het Waterschap Limburg willen daar een einde aan maken. De potenties van de beek
moeten optimaal worden benut.
Voor de volgende fase, die vanaf de Luciastraat tot aan de buffers
bij de Oude Pastorie (tussen Beek en Neerbeek) zal lopen, wordt
gewerkt aan de verdere planvoorbereiding


De Keutelbeek in vroegere jaren

historische foto Keutelbeek

De naam

De naam van de beek wordt op verschillende manieren geschreven, zoals bijvoorbeeld Cötelbeek. Uit onderzoek is echter gebleken dat het stroompje dat van het Kelmonderbos via Beek tot voorbij Neerbeek liep, de naam Keutelbeek behoort te dragen.

Amateur-historicus Jac. Aussums heeft daartoe allerlei oude geschriften onderzocht en ontdekte dat de oudste hiervan over Keutelbeek spreken en dat die in 1879 als Keutelbeek op de kaart stond.

Over de betekenis van het voorvoegsel keutel wordt door de historicus aangetoond dat hier bedoeld wordt de kleinheid, de geringheid van de waterloop.