Historie Keutelbeek


In het verre verleden liep de Keutelbeek, een zijbeek van de Geleenbeek, als open beek door de kern van Beek. Van origine was de Keutelbeek een stroom met zuiver bronwater. Tot 1850 werd het dan ook als drinkwater gebruikt. Echter, toen begin 19de eeuw de leerlooierijen gebruik gingen maken van de beek en het water ook door boeren werd verontreinigd met mest, ging de kwaliteit van het water snel achteruit.

Vandaar dat omstreeks 1935 dan ook werd besloten om de beek, inmiddels een soort van open riool geworden, te overkluizen. Dat wil zeggen dat de beek door een gesloten leiding wordt geleid. Riolering en overkluizing zijn vervolgens geleidelijk aan met elkaar verweven, met als gevolg dat de overkluizing nu volledig onderdeel uitmaakt van het gemeentelijk rioolstelsel.

Van de huidige beek is alleen de bovenloop nog overgebleven. Ze ontspringt vanuit diverse kleine bronnetjes in de hellingen van het Kelmonderbos, en meandert vervolgens langs het buurtschap
Geverik naar de vijver bij kasteel Genbroek. Vanuit deze vijver wordt het schone bronwater gedoseerd afgevoerd naar het punt waar het in het riool verdwijnt.

In de oorspronkelijke staat liep de beek door de kern van Beek, vervolgens door Neerbeek, Spaans Neerbeek, Krawinkel en Oud-Geleen, waar ze dan uitmondde in de Geleenbeek.


De Keutelbeek in vroegere jaren

historische foto Keutelbeek

De naam

De naam van de beek wordt op verschillende manieren geschreven, zoals bijvoorbeeld Cötelbeek. Uit onderzoek is echter gebleken dat het stroompje dat van het Kelmonderbos via Beek tot voorbij Neerbeek liep, de naam Keutelbeek behoort te dragen.

Amateur-historicus Jac. Aussums heeft daartoe allerlei oude geschriften onderzocht en ontdekte dat de oudste hiervan over Keutelbeek spreken en dat die in 1879 als Keutelbeek op de kaart stond.

Over de betekenis van het voorvoegsel keutel wordt door de historicus aangetoond dat hier bedoeld wordt de kleinheid, de geringheid van de waterloop.